Een diepgroene grasmat begint bij goed gelegde graszoden, maar het echte werk start pas daarna. De eerste maaibeurt is een kantelpunt in de ontwikkeling van het gazon. Wie te vroeg maait, loopt het risico het wortelstelsel te verstoren. Wie te lang wacht, krijgt juist te maken met slappe groei en een ongelijk oppervlak. De juiste timing vraagt om aandacht, observatie en geduld.

De juiste timing voor de eerste maaibeurt

Nieuwe graszoden zijn in de regel klaar voor de eerste maaibeurt zodra het gras een hoogte van vier tot vijf centimeter heeft bereikt. Dat moment valt meestal zeven tot tien dagen na het leggen, afhankelijk van temperatuur, bodemstructuur en vochtigheid. Belangrijker dan de kalender is de vraag of de zoden voldoende zijn vastgegroeid. Door voorzichtig aan een hoek te trekken, is snel te voelen of de wortels al grip hebben op de ondergrond.

“Veldobservaties laten zien dat graszoden gemiddeld binnen 7 tot 10 dagen voldoende wortelhechting ontwikkelen om lichte maaibelasting te verdragen, mits de bodem gelijkmatig vochtig blijft.”

Het belang van stevige wortelhechting

In de eerste dagen na het leggen vormt zich onder de graszode een nieuw wortelnetwerk dat zorgt voor stabiliteit. Wanneer er in deze fase te vroeg wordt gemaaid, kunnen zoden verschuiven of scheuren, met kale plekken als gevolg. Rust en consistente bewatering helpen de wortels zich gelijkmatig te verankeren. Zodra de zode niet meer meebeweegt bij lichte druk, is het gras doorgaans sterk genoeg voor de eerste snede.

Volgens Marcel Lageman, leverancier van verse graszoden en al jarenlang betrokken bij de aanleg en nazorg van graszoden, wordt dit moment vaak onderschat. “Veel mensen kijken alleen naar de lengte van het gras, terwijl de hechting onder de grond minstens zo belangrijk is. Wie het gazon die eerste week met rust laat, ziet dat later terug in een veel gelijkmatiger en sterker resultaat.”

De eerste maaibeurt zorgvuldig uitvoeren

Bij de eerste maaibeurt is terughoudendheid belangrijk. De maaier wordt bij voorkeur ingesteld op de hoogste stand, zodat alleen de top van het gras wordt afgesneden. Dat voorkomt uitdroging en beschermt de jonge sprieten tegen stress. Rustig maaien, zonder scherpe draaibewegingen, helpt om de zoden op hun plaats te houden. Na deze eerste snede herstelt het gras zich meestal snel.

Regelmaat na de eerste snede

Zodra het maaien is gestart, ontstaat het onderhoudsritme dat bepalend is voor de verdere groei. Eén tot twee maaibeurten per week houden het gras compact en stimuleren een dichte structuur. Vooral in het voorjaar en de vroege zomer groeit gras snel, waardoor te grote tussenpozen kunnen leiden tot ongelijkmatige lengte en verzwakking van de sprieten.

Maaihoogte en seizoensinvloed

Voor een klassiek gazon ligt de ideale maaihoogte rond de drie tot vier centimeter. In droge of warme perioden mag het gras iets langer blijven staan om verdamping te beperken en de bodem te beschermen. Scherpe messen zijn hierbij essentieel, omdat een glad snijvlak de kans op verkleuring en schimmels verkleint.

Maaien onder de juiste omstandigheden

Ook het moment van maaien speelt een rol. Nat gras laat zich minder gelijkmatig snijden en kan sneller beschadigen. Daarom is het verstandiger te wachten tot het gazon droog is, bijvoorbeeld later op de dag. Zo blijft de structuur luchtig en wordt bodemverdichting voorkomen, iets waar jonge graszoden extra gevoelig voor zijn.

Een goede start maakt het verschil

Nieuwe graszoden vragen in de eerste weken om aandacht, maar die zorg betaalt zich op langere termijn ruimschoots terug. Door pas te maaien wanneer de wortels voldoende gehecht zijn en het onderhoud rustig op te bouwen, ontstaat een sterke grasmat die bestand is tegen intensief gebruik. Het verschil tussen haast en geduld wordt in deze fase zichtbaar en blijft vaak jarenlang merkbaar.