In de Nederlandse beeldvorming staat de IJmond synoniem voor één bedrijf en één industrie. Tata Steel, staal, en het debat dat daar al decennia omheen hangt. Dat beeld is niet onjuist. Tata staat nog steeds bovenaan de werkgelegenheidscijfers van de regio, met volgens eigen cijfers rond de 8.800 directe medewerkers eind maart 2024 en een gedocumenteerde ring van indirecte banen daaromheen.

Het beeld is alleen niet meer compleet. In de schaduw van die hoogovens groeit al een paar jaar een industriële diversificatie die de regio voor de lange termijn meer toekomstvast maakt.

Wat er in de IJmond nog meer wordt gemaakt

De provincie Noord-Holland werkt samen met Beverwijk, Velsen en Heemskerk aan wat ze "een balans" noemt tussen economische waarde van de maakindustrie en een gezonde leefomgeving. Onder die noemer gaat meer schuil dan staal alleen. Er zit een groeiende laag mkb-bedrijven, van metaalverwerkers en machinebouwers tot specialisten in coatings, composieten en industriële afwerking, die rond dezelfde infrastructuur opereren als Tata maar in een totaal ander tempo.

Het Techport Innovation Centre, dat in 2023 in de IJmond van start ging, is daar de zichtbaarste neerslag van. Een knooppunt waarin technici, bedrijven, onderwijs en lokale overheden gezamenlijk werken aan de toekomst van de maakindustrie. Geen vervanging van staal, wel een teken dat de regio inzet op meer dan één been.

Slimme polymeren als opvulling van het verhaal

Een van de minder zichtbare verschuivingen zit in materiaalgebruik. In sectoren waar tot voor kort metaal het standaardmateriaal was, vinden technische polymeren steeds vaker hun weg. POM voor mechanische geleiders. PETG en plexiglas voor afdekkappen en behuizingen. Glasvezelversterkte varianten waar gewicht en sterkte allebei tellen.

Wat deze materialen "slim" maakt is niet een marketingterm. Het is dat ze functies kunnen combineren die in metaal afzonderlijk uitgevoerd moeten worden. Een onderdeel dat trillingen demping nodig heeft, niet mag corroderen, en tegelijk lichtgewicht moet zijn, is in metaal vaak een samenstel van drie onderdelen plus een behandeling. In het juiste polymeer is het één stuk dat in een paar uur uit de freesmachine komt.

Voor een regio die historisch zwaar leunt op één materiaal en één werkgever, is die diversificatie geen luxe maar een verzekering.

Wie de regio nodig heeft

De IJmond hoeft niet zelf alle technische polymeren te bewerken om er voordeel uit te halen. De toeleveranciersketen in Nederland is daarvoor te dicht. Er zit een handvol gespecialiseerde kunststofbewerkers in Nederland die de combinatie van CNC-frezen, 3D-printen, vacuümvormen en plaatbewerking onder één dak hebben. De Nederlandse kunststofspecialist Destic is daar een voorbeeld van. Voor IJmondse machinebouwers en toeleveranciers betekent dat iets praktisch. Wie een prototype of kleine serie nodig heeft in een hoogwaardige kunststof, hoeft daar niet voor naar het buitenland.

Die nabijheid heeft praktische gevolgen. Een ontwerper kan binnen een dag heen en weer voor een fysieke proefopstelling. Wijzigingen op het ontwerp gaan via een telefoongesprek, niet via een e-mailketen die zes uur tijdverschil moet overbruggen. En als een serie misgaat in de productie, ligt de vervangende batch er binnen een week. Voor mkb-bedrijven die op smalle marges werken, telt dat soort verschillen op.

Wat het beeld van de regio doet

De stille transformatie zit hierin. De IJmond is niet meer alleen Tata-regio, ook al ziet de horizon er nog zo uit. Het is een gebied waar honderden kleinere maakbedrijven hun positie verbreden, samenwerken met toeleveranciers verspreid over Nederland, en gezamenlijk een industriële basis vormen die niet meer afhankelijk is van één werkgever.

Voor de inwoners is dat een geruststellender beeld dan de discussie over rookpluimen suggereert. Voor de bedrijven is het een werk-in-uitvoering. En voor de regio is het een vraag die de komende tien jaar belangrijker wordt dan veel andere. Welke industrie willen we hier nog zijn als de hoogovens er, in welke vorm dan ook, anders uitzien?